Woonplus | Informatie, advies en begeleiding over wonen

Overbewoning

Er is sprake van overbewoning wanneer er zoveel mensen in een woning wonen dat dit risico vormt voor de veiligheid of gezondheid van de bewoners.

 

Dat betekent niet dat elke woning waarin veel mensen wonen automatisch overbewoond is. Pas wanneer de woningbezetting leidt tot een veiligheids- of gezondheidsrisico, kan een woning als overbewoond worden beschouwd.

Hoe verloopt de procedure?

De procedure voor een overbewoondverklaring verloopt grotendeels op dezelfde manier als de procedure ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring.

 

Een onderzoek kan worden opgestart op vraag van verschillende instanties, zoals:

 

  • de burgemeester;
  • het OCMW;
  • Wonen in Vlaanderen,
  • de politie;
  • andere bevoegde overheden.

 

In de praktijk start een onderzoek naar overbewoning vaak naar aanleiding van een melding over de woningkwaliteit.

Onderzoek door de gemeente

De gemeente onderzoekt eerst of er voldoende aanwijzingen zijn dat er mogelijk sprake is van overbewoning.

 

Daarvoor kan de gemeente bijvoorbeeld:

 

  • het bevolkingsregister raadplegen;
  • een plaatsbezoek uitvoeren;
  • informatie opvragen bij de politie of andere lokale partners.

 

Blijkt uit dit eerste onderzoek dat een verder onderzoek nodig is? Dan vraagt de gemeente aan Wonen in Vlaanderen om een woningonderzoek uit te voeren.

Onderzoek door Wonen in Vlaanderen

Een woningcontroleur van Wonen in Vlaanderen onderzoekt de woning en vergelijkt de maximale woningbezetting met het werkelijke aantal bewoners

 

Als de woningbezetting een veiligheids- of gezondheidsrisico veroorzaakt, stelt de woningcontroleur hiervan een verslag op. Dat verslag vormt de basis voor de verdere beslissing.

Meer informatie